9. Laat die kunstenaar eerst maar eens dood gaan 

In een roman van Deborah Smith las ik: "Dode kunstenaars hebben een hoge verzamelwaarde”. Dat sluit aan bij een tekst van mij uit 1990: “Laat die kunstenaar eerst maar eens dood gaan. Daarna zien we wel wat z’n werk waard wordt” (te vinden in "Hoezo, van Gogh")

Het is een bekend (wan-)begrip, dat "echte” kunstenaars alleen tot hun recht komen, als ze in materieel moeilijke omstandigheden leven om pas na hun dood beroemd te worden. Anders gezegd: om goed te presteren kan een kunstenaar beter in armoede leven.

Voorbeelden, die dan aangehaald worden zijn Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh. Beide kunstenaars zijn echter geen goed voorbeeld. Rembrandt heeft tijden van grote rijkdom gekend. Door het bouwen van een duur huis aan de Amsterdamse grachten en het besteden van kapitalen aan kunstvoorwerpen en andere buitensporige uitgaven ging hij failliet. Van Gogh was zo gek op relatief jonge leeftijd zelfmoord te plegen. Al snel na zijn dood heeft zijn broer Theo (kunsthandelaar in Parijs) veel werk kunnen verkopen zonder dat Vincents dood daar de oorzaak van was. Verkeerd gekozen voorbeelden dus.

Kunstenaarschap is meestal zo'n dure "hobby”, dat je er wel een eigen kapitaaltje, rijke familie of werkende vrouw voor moet hebben wil je niet van subsidies, nevenfuncties en dergelijke afhankelijk zijn.