7. Hoe gek ben jij eigenlijk, opa 

Ik geloof dat onze kleinzoon Tom acht jaar was, toen hij vroeg: “Hoe gek ben jij eigenlijk opa?” Hoe verzint die jongen dat! Het was lachen natuurlijk, met de hele familie aan tafel. Hij werd tot deze vraag geïnspireerd door mijn pretpilletje, dat ik in die tijd iedere ochtend trouw innam om de wereld positief te kunnen blijven benaderen.  

Nu zeggen kinderen en dronkaards vaak de waarheid, overigens zonder het zelf te kunnen weten, dus er zal wel iets aan mij zijn, dat mij anders maakt, dan de andere grootouders van Tom. Hoewel, ik respecteer hen te zeer om ze als “normaal” af te schilderen.  

Dat brengt me weer bij de vraag: Ben je gek als je dingen maakt, waar niemand op zit te wachten, die ieders kleine zusje of broertje ook kan maken (al hebben ze het nog nooit gedaan), als je dingen maakt, die niemand eerder heeft gezien? 

Of en wanneer iemand gek is vind ik niet belangrijk. Ik beoordeel mensen liever op hun bedoelingen, hun respect, hun liefde. Als iemand zo gek is om als vrijwilliger werk te doen, dat niemand anders doet, dan heb ik geen wijsvinger op mijn voorhoofd gericht, maar een duim in de lucht. Als iemand geen filiaalchef wil worden, omdat zijn lust en zijn leven als amateurmusicus dan in gevaar komt, idem dito.