2. Het maken van keuzes 

Vraagt u mij: “Wat bedoel je met je werk?” dan weet ik niet wat ik moet zeggen. Ik bedoel er namelijk niets mee. Als het goed is overkomt het me. Ik word van buitenaf/hogerhand in een proces geleid nadat ik de voorwaarden heb geschapen om dat mogelijk te maken. Probeer ik op eigen houtje –vanuit het wéten- te werken, dan loop ik dood in mijn eigen bedenksels en vast in de modder van de herhaling. Dáár kan ik juist niet mee leven!

Net als het “gewone” leven is het beeldend proces een kwestie van keuzes maken. Steeds weer probeer ik me door het proces van kiezen open te stellen voor ...... “de geest van inspiratie”. Iedere dag bepaal ik hoe mijn werkruimte er uit moet zien, welke muziek ik opzet (of juist niet opzet), met welk materiaal ik wil werken, op welk formaat, in welke vorm. Dan komt de keuze welke verfsoorten ik deze keer gebruik, welke kleuren, penselen spalters of spons, welke verdunner en verdunning nodig is. Tenslotte kies ik een compositie. Dit proces herhaalt zich geheel of gedeeltelijk -in soms wisselende volgorde- met steeds weer de onderliggende vraag: “Is er nog meer nodig? Zo ja, wat??”

Het onderwerp is voor mij niet van belang, omdat ik niet vanuit de zichtbare werkelijkheid werk. Ik maak mijn eigen werkelijkheid.